Page content

Passiviteitscyclus

De passiviteitscyclus laat verschillende fasen van gedrag zien waarmee je een autonome reactie op stimuli, problemen en opties vermijdt. In tegenstelling tot gezond gedrag wordt geprobeerd behoeften of doelen te bereiken via het aangaan van een ongezonde symbiotische relatie (Schiff, 1975). Passiviteit laat zien hoe mensen dingen niet doen, of niet effectief doen.

De verschillende fasen van de passiviteitscyclus zien er als volgt uit:

  1. Niets doen
  2. Overaanpassing
  3. Agitatie
  4. Onmacht (implosie) of geweld (explosie)

 

Niets doen
Niet reageren op stimuli, problemen of opties, maar passief blijven en niets doen. De persoon in kwestie is zich doorgaans bewust van een ongemakkelijk gevoel. Toch denkt hij of zij niet na over wat er zich allemaal afspeelt.

Overaanpassing
Bij overaanpassing denk je niet na over wat je zelf wilt, maar past men zich aan aan de doelen, wensen, verwachtingen van anderen.
De overaanpassing levert veel strooks op, omdat deze houding vaak een behulpzame en attente indruk maakt.

Agitatie
Er is sprake van een ongemakkelijk gevoel en de interne spanning loopt op. De persoon laat repetitieve, niet-doelgerichte activiteiten zien, zoals ijsberen, stotteren, piekeren, wakker liggen. Door deze activiteiten wordt de spanning iets minder. Agitatie zorgt voor afleiding van andere gevoelens, zoals boosheid, angst, gevoel van schuld.

Onmacht (implosie) of geweld (explosie)
In deze vierde en laatste fase wordt de energie ontladen die is opgebouwd in de eerste drie fasen. Helder denken en redelijk gedrag zijn niet meer mogelijk, er wordt ook geen verantwoordelijkheid genomen voor het eigen gedrag.

Onmacht zorgt doorgaans voor fysieke symptomen, zoals migraine, flauwvallen, pijn laag in de rug.

Geweld kan verbaal of non-verbaal zijn, gericht tegen mensen of eigendommen, vaak in de vorm van een woede-uitbarsting.