Page content

article content

Zo’n homp bevroren vlees in je handen, ken je dat?

t Heeft flink gevroren vannacht. Ik keek vanochtend naar buiten en ik dacht: ‘Balen, ik moet zo krabben.’

Nu ben ik nooit zo bezig met het weer, ik geniet van wat ik krijg. Nu zit ik in de zon en daar word ik heel blij van.

Maar vanochtend had ik wel even zin om de oudste niet naar school te brengen en vanachter het raam de wereld te bekijken.

Ik had het vast kunnen weten dat er ijs aan zat te komen. Niet op gelet.

Volgens mij voelde ik gisteren al dat het buiten een flink stuk kouder was. Geen conclusie aan verbonden.

En dus stond ik daar vanochtend, met m’n ijskrabber.

‘Pap, ik krijg de deur niet open’, zei de kleine man toen hij de auto in wilde stappen. Hij keek me aan alsof hij zeggen wou: laat me alsjeblieft snel in die auto zitten in plaats van kou lijden hier.

Hij stond daar ook wel een beetje zielig, met een tekening in z’n hand stokstijf te staan omdat hij bang was dat de tekening zou vallen.

En dat mocht hoe dan ook niet gebeuren.

Die tekening was voor het leukste meisje van de klas. Ze heeft haar been gebroken en daar hoort een kunstwerk bij.

Ik heb een dokter voor hem getekend, een flamingo met een dokterstas waar van alles uitvliegt. Verband, een spuit, pleisters…

Hij heeft hem prachtig ingekleurd, Corine heeft er stickers bij geplakt en tot slot schreef hij zijn naam eronder, in van die mooie grote hanepoten.

Prachtig!

Grappig hoe dat werkt trouwens, als je zo’n gipsen pootje ziet.

Katapulteert me gelijk terug in de tijd. Ik was ooit aan ’t basketballen, sprong de lucht in en kwam neer op de voet van een ander. Ik rolde om en probeerde m’n val te blokken met mijn hand. Je raadt het vast al 🙂

Inderdaad, dat werd gips.

Ik zat in die tijd op de Academie en een van m’n docenten was zo’n gast die dacht dat hij nog 20 was, terwijl hij zo ongeveer tegen z’n pensioen aan zat. Felgele broek, knalgroene trui, vuurrode jas… en in de winter zo’n ijsmuts. Met van die flappen.

O ja, en z’n haren standaard te blond, z’n huid standaard te bruin. Met zo’n kekke bril, weet je wel.

Hij keek me echt stomverbaasd aan.

‘Je hand gebroken?’

‘Ja, beetje onhandig terechtgekomen met basketballen.’

Hij keek me aan en ik zag hem denken: ‘Jij gaat het nooooooit redden zo.’

Als illustrator je hand breken is niet handig, helemaal niet als je rechts bent en je breekt je rechterhand. ’t Was trouwens zo’n heel klein, lullig botje in mijn hand. Het scheepsbeentje, als ik me niet vergis.

Maar m’n hand zat dus goed ingepakt. Ik kon met een beetje moeite net mijn duim bewegen.

Wit gips was het. Ik mocht kiezen, kleur kon ook. Deed ik niet.

Wellicht had die docent toch anders gekeken als ik daar met een gifgroen gipsverband het lokaal in was gestapt.

Ik ging er vanuit dat breken zes weken gips was.
Zegt die gipsmeester: ‘Dit is een lastig botje, duurt waarschijnlijk een week of negen.’

NEGEN WEKEN!

Gewoon drie weken langer dan wanneer je normaal iets breekt.

Ik was wel gelijk klaar met m’n bijbaantje bij de slager. Dat dan weer wel.

Over koud gesproken. Ik moest regelmatig gehakt draaien in de slagerij, achter zo’n groot apparaat.

Met een enorme bak waar je dan van die grote hompen in gooit. Vlees in plastic zakken, vacuüm verpakt.

Die maakte dan open en dan glibberde er zo’n rooie substantie uit, gemeen koud.

Heb jij weleens met je handen in een bak vlees gestaan dat net uit de vriezer komt?

Dat is zóóóó koud!

Daar is het krabben van je auto gewoon lekker bij.

Mijn hele handen raken dan verdoofd en m’n hersenen slaan volgens mij op hol.

Ik weet zeker dat hersenen kou niet echt chill vinden.

Één keer werd ik ook echt niet goed van de kou.

Ik voelde me duizelig worden en het enige waar ik aan kon denken was: WEG.

Drie kwartier later ontwaakte ik min of meer op de wc. Wat voelde ik me naar. Niet normaal.

Maar goed, dat was dus voorbij toen ik dat botje in mijn hand brak. Was het toch nog ergens goed voor.

 

Zoiets gebeurde me wel vaker, trouwens, met die kou. Naar school fietsen in de winter en dan een warme school binnen lopen.

Ook zo’n mokerslag.

 

In teams of bij coachees kom ik ook regelmatig een koudefrontje tegen.

Dan zijn er al een paar dingen gebeurd waarvan je weet dat actie niet geheel overbodig is.

Maar er komt geen actie.

Totdat er opeens een nachtje vorst komt. Er doet zich iets voor dat tijd gaat kosten, iets dat ook opgelost moet worden.

En dan is er sprake van stress.

Vaak is het een ingesleten patroon. Iets dat zich steeds herhaalt bij bepaalde gebeurtenissen.

Iets waar je dus steeds last van hebt.

 

Herkenbaar?

Het goede nieuws is dat je er vanaf kan komen.

Op 22 februari organiseer ik samen met Rik Rosseau een herbeslissingsdag.

Kun je je eigen ‘vriesmomentje’ meenemen om als case in te brengen!

Stoken wij de verwarming flink op 🙂

Tot dan. Gaan we lekker aan de slag.

 

Aanmelden kan hier.

Comment Section

0 reacties op “Zo’n homp bevroren vlees in je handen, ken je dat?

Plaats een reactie


*