Page content

Scriptcirkel

Script ontstaat in de kindertijd, als een kind uitvindt hoe te overleven, zoekt het kan krijgen wat het nodig heeft. Toen en daar functioneel, maar in het hier en nu beperkt het meestal de autonomie. De scriptcirkel laat zien wat er gebeurd bij een ervaring die het script activeert.

Gebeurtenis: een kind heeft de ervaring bij bepaalde gebeurtenissen dat er steeds hetzelfde wordt gereageerd. Hij krijgt bijvoorbeeld een boze blik, wordt genegeerd, uitgelachen, meewarig aangestaard.

Interpretatie: Omdat hij niet precies weet wat hij aan moet met die ervaring, interpreteert hij het gedrag op z’n eigen manier.

Conclusie: De interpretatie leidt tot een conclusie, zoals ‘Ik ben niet belangrijk’, ‘Ik doe er niet toe’, ‘Mijn behoeften doen er niet toe.’

Overtuiging: De conclusie leidt tot een overtuiging die zich in vergelijkbare situaties laat gelden.

Besluit: Op een zeker moment neemt hij een besluit en gaat situaties vermijden, of hij gaat bijvoorbeeld stotteren, falen, zichzelf naar beneden halen.

Gedrag: Het genomen besluit wordt zichtbaar in het gedrag, bijvoorbeeld door zich terug te trekken, afwezig te zijn, zorgen dat andere mensen zich irriteren.

Reactie: Vanuit z’n omgeving krijgt hij reacties die hij herkent: boze blikken, hij wordt genegeerd, uitgelachen, meewarig aangestaard.

Uitbetaling: De oorspronkelijke ervaring wordt opnieuw bekrachtigd. De scriptcirkel is rond.